Werkbezoek 2014

 Werkbezoek 2014,

In november 2014 ga ik op werkbezoek naar Emfuleni. In het korte tijdsbestek van een week lukt het me toch om iedereen te spreken die ik wil spreken en alle projecten en organisaties die de Stichting steunt te bezoeken. Op basis van mijn bevindingen tijdens dit bezoek kan de Stichting plannen voor 2015 maken. Hieronder volgt een samenvatting.

Rekaofela (RYDO)

SAM_2506 (600 x 450)We hebben in het afgelopen jaar wel wat gemopperd over de schaarse informatievoorziening van Rekaofela. Voor ons is dit een van de voorwaarden voor onze assistentie. Ik plan een bezoek aan de oude school waar RYDO gevestigd is op een zaterdag, maar als ik arriveer blijkt dat de Rekaofela-medewerkers mij vrijdag al hadden verwacht. Hierdoor kom ik dus onverwacht in de gelegenheid met andere leden van de staf te praten in plaats van met de “grote communicator” van de groep. Dit levert in elk geval een aanvullend beeld op. De motivatie van de groep blijkt goed ook al heeft iedereen problemen om het onderhouden van het eigen gezin. De leden van de staf volgen diverse cursussen (vaak door bedrijven betaald) om het leiden van een organisatie te verbeteren. Veel projecten lopen nu goed en vrij autonoom.  Het is goed om te zien dat Rekaofela er in is geslaagd fondsen te verwerven bij het lokale bedrijfsleven en zelfs productieopdrachten voor het naaiatelier. Ook draaien de drie door de provinciale overheid gefinancierde programma’s naar tevredenheid. Het is mooi om te horen dat men ons de credits geeft voor het succes van de organisatie. Wij hebben de infrastructuur geleverd waarmee men een goede start kon maken. En dat feit houdt men daar in ere. Dat niet alles gaat als gewenst is voor mij niet nieuw. Onderlinge afspraken worden nogal eens vergeten waardoor er soms geen leiding aanwezig is op het project. Dat men al een jaar “vergeten” is de elektriciteitsrekening te betalen, is een ander voorbeeld. Dat probleem is technisch even opgelost maar financieel nog lang niet.  Maar de verwachting is dat het inkomen uit de productieopdrachten voor het naaiatelier en de studiofaciliteit daar t.z.t. wel voor zorgt. Het budgetteren van de overheadkosten blijft vooralsnog  een te nemen hobbel. Het onlangs door onze stichting gefinancierde “lascursus-project” ligt evenwel stil. De instructeur is overleden en de cursusinhoud voldoet niet aan de criteria voor een officieel certificaat. Men heeft gelukkig met een instituut uit de buurt van Johannesburg een deal kunnen sluiten. Dit instituut levert zowel docent als curriculum en bij de lokale staalindustrie heeft men de toezegging gedaan voor het leveren van aanvullende machines en materialen voor de cursus. In 2015 wordt dit project dus op een betere basis opgepakt. Het doet deugd te zien dat men creatief de steeds opkomende problemen weet te tackelen. Onze assistentie is vooralsnog beperkt tot een adviesfunctie en aanleveren van organisatiekundige en boekhoudkundige hulpmiddelen. We hopen dat dit groepje enthousiaste jonge ouders het volhoudt deze organisatie in de lucht te houden.  Rekaofela levert duidelijk veel meerwaarde voor de omgeving in Sebokeng.

Trauma Centre (VTCEC)

VTCEC Teun 2014Een warm weerzien met George, Lawrence, Martha, Melissa en de andere medewerkers van het Trauma Centre op de maandagochtend na mijn aankomst in Vanderbijlpark.  Het kantoortjescomplex bij de kerk in Bophelong ziet er aan de buitenkant nog hetzelfde uit. De oude treinwagon aan de ene kant en de ruimtes van de kerk aan de andere kant. Daartussenin een kinderdagverblijf met zo’n 40 kleintjes waarmee ik uiteraard even spelen moet. Het dagprogramma van de “teachers” in de war!. Deze crèche hoort overigens niet bij het Trauma Centre. Binnen is er veel veranderd. Het kantoor van George met de ontvangstbalie is in 3 kleine werkplekken verdeeld. De cursusruimte voor het naaiproject is eveneens in meerdere ruimtes verdeeld en zo ook de oude wagon die zelfs nu 4 kleine hokjes en 2 flexplekken heeft. Plek om te vergaderen is eigenlijk niet aanwezig…buiten dan maar? Dit is dan meteen het centrale thema van de discussies. Hoe moet dit verder? Te weinig privacy voor gesprekken met getraumatiseerde mensen; geen plek voor groepsactiviteiten; winkeltje is weg; geen plek voor het naaiatelier; de machines in opslag. Daarnaast hogere huurkosten en minder inkomsten, ook al doordat een door de overheid gefinancierd programma ineens is stopgezet. Het worden moeilijke tijden. Toch lopen er nog 4 belangrijke programma’s o.a. vroeg-signalering van probleemsituaties op scholen. Nog 38 medewerkers/vrijwilligers die deze programma’s draaiend houden.  Het team is vooralsnog optimistisch dat men de “corebusiness” kan blijven uitvoeren. Maar er moet wel snel een oplossing komen voor het ruimtegebrek. Ik ben met George naar het landje gereden waarop een eigen organisatiegebouw kan worden neergezet. De grond is beschikbaar, mondeling toegezegd, maar nog steeds geen “leasecontract” op papier. We hebben een bijeenkomst geregeld bij een lokale leverancier van mobiele kantoren met de manager van dit bedrijf, de ambtenaar van de Emfuleni overheid die over het leasecontract gaat, een andere lokale sponsor (bedrijf), 3 mensen van het Trauma Centre en ikzelf. Het probleem komt op tafel en de volledige fasering van zo’n verhuisplan wordt doorgenomen alsmede de te verwachten kosten. Om in totaal 36 x 3 meter aan kantoorfaciliteit te verwerven moet er nog al wat geïnvesteerd worden. En dat gaat ons budget ver te boven. Toch een taakverdeling afgesproken en een nader werkplan vastgelegd. Stap 1 is het definitief verkrijgen van het terrein. Daarvoor is het oude verzoek van het Trauma Centre aan de gemeente nog eens voorzien van een aan de burgemeester gerichte brief. Deze heb ik afgegeven op het kantoor van de burgemeester maar helaas niet persoonlijk kunnen overhandigen en toelichten.  Bias Ntombela, onze vriend aldaar bij de gemeente, is bijgepraat door George en mij en behartigt het verdere verloop van die officiële procedure. Zodra dat gereed is kan de gemeente ook de grond egaliseren en de benodigde infra aanleggen. Dat is dan haar bijdrage. De lokale sponsor kijkt of hij het sponsorbudget van 2014 en 2015 kan samenvoegen en daarvan het beveiligingsstuk kan financieren (hekwerk). Het bedrag voor huur of koop van al dan niet mobiele units ligt vooralsnog op ons bordje. Offertes hebben we inmiddels ontvangen en na de eerste schrik denken we nu hard na over de mogelijkheden om toch voldoende budget bijeen te krijgen. Ook uw tips en/of bijdragen zijn uiteraard welkom. Ons streven is deze zo waardevolle organisatie voor Emfuleni niet te laten sneven.

Scavengers project.

IdentiteitskaartjeVreemd te constateren dat onze stichting bezig is met een vuilnisophaal- en scheiding project in Vanderbijlpark en omgeving en dat het eerste wat je opvalt bij daglicht de toename van het straatvuil is. Blijkt bij navraag dat de gemeentelijke ophaaldienst nauwelijks meer uitrukt door allerlei problemen, uiteindelijk van financiële aard. In feite dus meer werk aan de winkel voor onze “scavengers”. Er zijn er nu 75 actief in het gebied. Dagelijks melden zich er zo’n 60 bij H&M recycling met de volgeladen karren. Ze geven hun “tag”(= identificatiekaartje)  af aan de balie. Deze wordt gescand en op de computer verschijnt hun overzicht. De recyclebles worden dan per soort gewogen en bijgeschreven op hun status. Sommigen laten zich per dag uitbetalen, anderen per week. Sommigen komen meermaals per dag, anderen enkele keren per week. De verschillen zijn groot, zegt Nelis Harmse, de eigenaar van H&M. We zouden er graag wat meer vat op willen krijgen. De communicatie met de kleine zelfstandige en eigengereide scavengers verloopt in hoofdzaak via Zelda, de dochter van Nelis. Zij is echter vandaag niet op de zaak. Jammer. Het spreken met de scavengers beperkt zich nu tot 2 korte vraagmomenten bij de weegschaal waarbij vooral “wenselijke antwoorden” worden gegeven. In het gesprek met de 2 directeuren van H&M en Johan, de trekker van het project in Vanderbijlpark, hebben we het vooral over de vervolgfase van het initiatief. Uitbreiden van de groep scavengers met ca. 45 mensen kan nog wel. Maar er moet meer gebeuren om het voor iedereen meer zingeving te laten hebben. Het plan van een omkleed- en wasgelegenheid gaat in elk geval van start. Dat hebben H&M en de rotary besloten. Dit is ook wenselijk voor de werkers op de werf van H&M waar ook nog eens zo’n 20 man/vrouw werkt aan het nasorteren, persen van plastics in balen en strippen van machine-onderdelen.  Daarnaast wordt er gedacht om het onderhoud aan de door het project ter beschikking gestelde karren (wielen vervangen etc.) afhankelijk te maken van het al dan niet met regelmaat aanleveren van recyclebles bij H&M. Verder zou de afstand die de werkers moeten afleggen voordat ze hun kar weer leeg hebben verkort moeten worden. Nu tot wel 8 km loopafstand van het bedrijf. Daarvoor moet er zowel met de gemeente worden gesproken over “veilige”depots  als ook bekeken worden hoe de administratie dan moet verlopen met weegschalen en “tickets” die later in de computer van H&M ingebracht kunnen worden. Of met genoemde acties ook een soort gemeenschapsgevoel ontstaat bij de scavengers zelf staat nog te bezien. Vooralsnog worden de ideeën op papier gezet en met Zelda Harmse besproken zodat zij dit kan peilen bij de scavengers zelf. Het was goed te merken dat er bij de betrokkenen nog veel animo is om door te gaan met dit project. Zinvolle werkgelegenheid en dus inkomen voor de scavengers zelf en op den duur wellicht een emancipatorisch element van groepsvorming. Het eindejaarsfeestje dat de Rotary voor de scavengers gaat organiseren op 12 december zal daar zeker aan bijdragen.

Jessica’s Wall of life

SAM_2584 (600 x 450)Van een van de leden van de Rotary hoor ik het verhaal van “Jessica’s Wall of Life”. Het heeft niets met onze stichting te maken maar het is zo’n bijzonder verhaal dat ik het toch wil vertellen. De initiatiefneemster isSAM_2586 (600 x 450) een vrouwelijke politieagente Michelle Stephenson. Nadat er een aantal keren pasgeboren baby’s zijn gevonden in de vuilnisverzamelplekken heeft Michelle het initiatief genomen een aantal partijen bijeen te brengen om een oplossing te zoeken. Daar is Jessica’s Wall uit voortgevloeid. Via radio en TV  is bekendheid gegeven aan dit initiatief. In de muren van ziekenhuis is een soort couveuse gemaakt. Zodra de schuifdeur aan de buitenkant opengaat gaat er binnen een alarm af om de verpleegkundigen te attenderen. De couveuse is voorzien van een infraroodlamp. De  gezondheid van de baby wordt gecontroleerd en er wordt contact opgenomen met het politiebureau en een sociaal-werker. In eerste instantie wordt toch geprobeerd de moeder te achterhalen om te bezien of ze met ondersteuning toch zelf voor haar baby kan zorgen ( moeder-kindzorg-programma). Als dat niet lukt wordt er een adoptiegezin gezocht, waarna de formele voogdij en/of adoptie geregeld wordt.  Via hetzelfde moeder-kindzorg-programma worden nog 1000 dagen nazorg geleverd.

Siyanqoba

SAM_2614 (600 x 450)SAM_2611 (600 x 450)Tenslotte  breng ik ook een bezoek aan Siyanqoba. Er is veel veranderd in Evaton-West, het township waar Siyanqoba gevestigd is. De “Home Based-Care afdeling is net als bij andere organisaties weggehaald door de provincie. In afgeslankte vorm gaat Siyanqoba door. Goed nieuws is dat de groentetuin weer is opgestart met behulp van “Agriculture”. Het pompgat /put is nog steeds verstopt dus irrigatie is er niet. Water komt uit een groot vat. Jacob de “chief” van Siyanqoba is nu hoofd van de patrollersorganisatie van heel Evaton ( Evaton en Evaton-West).  Teun Snelder, november 2014